Paragraph maakt de tekst op terwijl je schrijft: # en een spatie maken een kop, - en een spatie een lijst met opsommingstekens, 1. een genummerde lijst, [ ] een selectievakje, > een citaat, en drie backticks een codeblok. **vet**, *cursief* en ~~doorgehaald~~ werken binnen een regel, en webadressen worden koppelingen.
Het menu Alinea wijzigt de alinea onder de cursor: Kop 1, 2 en 3 (Ctrl+1…3), Alinea (Ctrl+4), de lijsten, Code, Citaat, Koppeling (Ctrl+K) en Lijn (Ctrl+Shift+I), en Vet, Cursief, Onderstrepen en Doorgehaald voor de selectie. Het menu Tekststijl wijzigt hoofdletters en kleine letters, sorteert regels en verwijdert duplicaten of lege regels. De knoppen boven de notitie doen hetzelfde.
Klik op een vakje om het aan te vinken. Ctrl+Enter vinkt de vakjes van de geselecteerde regels aan of uit.
Bewerken ▸ Zoeken ▸ Zoeken… (Ctrl+F) opent de zoekbalk boven de notitie; Zoeken en vervangen… is Ctrl+H, en F3 / Shift+F3 gaan naar de volgende en vorige overeenkomst. Het menu van de balk stelt hoofdlettergevoeligheid, hele woorden en reguliere expressies in.
Bewerken ▸ Spelling en grammatica gebruikt de spellingcontrole van Windows: Spelling en grammatica tonen (F7), Document nu controleren en Spelling controleren tijdens typen. Klik met de rechtermuisknop op een gemarkeerd woord voor suggesties.
Bewerken ▸ Ongedaan maken (Ctrl+Z) en Opnieuw (Ctrl+Y): elke opdracht is één stap.
Een paragraph://-koppeling opent een andere notitie. Een webkoppeling opent in je browser.